zondag 9 oktober 2011

Vier verschillende excursies

Als gids moet je op alle weersomstandigheden voorbereid zijn en zo verzamelden we ons op 8 oktober op de parkeerplaats van landgoed de Vledderhof,  gewapend met paraplu’s, gekleed in regenjassen en laarzen en getooid met zuidwesters en andere hoofddeksels. De docente van vandaag, Bernadette Haverkort, zei vrolijk dat het volgens de buienradar vanaf half 10 droog zou zijn, maar dat lukte niet helemaal. Toch viel het met de regen uiteindelijk wel mee deze morgen.



Met zijn allen liepen we naar een viersprong in het bos om kennis te gaan maken met verschillende manieren van het leiden  van een excursie.  Er stonden vier excursieleiders klaar: Jan Nijman, Kees van Hasselaar, Joop Tiemens en Margreet van der Valk. Nadat de groep in vieren was verdeeld gingen we steeds een kwartier met één van de excursieleiders mee om te ontdekken op welke manier zij hun excursie leidden. Aan de hand van een vragenformulier, dat na afloop aan iedereen werd uitgereikt, konden makkelijk de sterke en zwakke punten per excursie bepaald worden.

Het ouderwetse onderwijzerstype

Jan leidde een eenrichtingsverkeerexcursie. Hij was het type gids dat je overlaadt met informatie. Zeer uitgebreide informatie over het landgoed werd gevolgd door uitgebreide theorie over de paddenstoelenwereld, waarbij moeilijke termen ons om de oren vlogen. Bij de nabespreking vertelde één van de groepen dat als ze zelf een vraag stelden, ze daar zelfs geen antwoord op kregen.
Een positief punt: Jan had allerlei hulpmiddelen meegenomen, zoals een mes om de doorsnede van een bovist te laten zien, een spiegeltje om te kijken of er plaatjes of buisjes onder de paddenstoel zitten en ook een grote kaart van hoe het landgoed er vroeger uitzag (zie de eerste foto).
Als we deze excursie vertalen naar de leerstijlen van Kolb: afgezien van het gebrek aan interactie een leuke excursie voor denkers, maar erg saai voor de doeners onder ons!

Jan met het spiegeltje



Het opdrachtentype

Kees leidde een excursie die vrijwel het tegenovergestelde was van die van Jan. Hij moedigde ons aan om ons heen te gaan kijken wat we allemaal zagen – waaronder een prachtige grote sponszwam – en van elkaars kennis gebruik te maken om erachter te komen wat iets was.  Zo bespraken we hoe we het verschil kunnen zien tussen spar, den en larix. De naalden van de spar zitten solo, per naaldje, aan een tak (solo: spar), de naalden van een den zitten als duo, per twee, aan een tak (duo: den) en bij de larix zitten de naaldjes in bosjes aan de tak, een legio naaldjes bij elkaar (legio: larix).
De nadruk lag tijdens  deze excursie op het zelf ervaren – hart en handen – en kennis delen. Dit is een zeer geschikte methode voor doeners en dromers  – het zelf zoeken van dingen en die determineren.  Denkers en beslissers zullen graag wat meer theorie willen.

Grote sponszwam


Het laat maar waaien type

Joop heeft zijn roeping als acteur gemist! Zijn rol als ongeïnteresseerde moppergids speelde hij werkelijk grandioos. Als je niet beter wist zou je gaan geloven dat hij het echt allemaal zo voelde. We moesten zelf maar zeggen wat we wilden doen, want bomen zijn saai, het bos is een rommel  en het pad moesten ze eindelijk eens gaan asfalteren  want je struikelt nu telkens over die boomwortels. Gelukkig voor ons liet hij op ’t laatst zijn rol varen en kwam de echte Joop weer tevoorschijn, zodat we nog wat konden leren over paddenstoelen en de rare houtknobbels die oppervlakkig groeiende wortels van de douglas spar bleken te zijn.
Overigens was bij deze excursie heel duidelijk dat wat voor leerstijl je ook hebt, je van dit type gids niets zult opsteken!

Geen boomstronk maar een wortel




Het democratische type

Margreet gaf ons een voorbeeld van hoe gidsen het beste gaat: door rekening te houden met alle leerstijlen. Ze mengde de stijlen van Jan en Kees door eerst wat over de achtergrond van het gebied te vertellen en ons daarna uit te nodigen vooral ook om ons heen te kijken en vragen te stellen. Ze deed dit met veel enthousiasme. Verder maakte ze gebruik van kennis uit de groep zonder zelf de leiding te verliezen. Een mooi voorbeeld van hoe je een excursie op een goede manier kunt leiden!




Tips uit de nabespreking:
  1. Leid een excursie als het kan met twee gidsen. Je kunt elkaar qua kennis mooi aanvullen.
  2. Inventariseer wat de kennis binnen de groep is en maak daar gebruik van.
  3. Speel in op wat je tegenkomt in de natuur.
  4. Ga nooit met excursiedeelnemers in discussie.
  5. Als mensen  telkens inbreken  in je verhaal omdat zij (denken) het  beter (te) weten, neem dan zo iemand even apart om erop te wijzen dat dat vervelend is, zowel voor de deelnemers als voor jou zelf.
  6. Houd er rekening mee dat je als gids het visitekaartje bent van de terreinbeheerder. Blijf neutraal in je verhaal, ook al ben je het ergens niet mee eens.

Verslag: Edith Barf
Foto’s: Theo Tan


Als aanvulling: een leuk verslag van Grietje: Aan onze voeten ligt de rijkdom van de herfst...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten