zaterdag 3 december 2011

Dieren, onderzoek en sporen

Verslag van de lesavond 1-12-2011 van de ngc Oostellingwerf-Westerveld

Jan heet iedereen van harte welkom en geeft het woord aan Halbe voor zijn biologische moment.  Halbe noemt het zijn 'maidenspeech'.  Halbe heeft  wind en regen getrotseerd voor dit  moment. Onder barre weersomstandigheden is hij in het bos geweest om dennenappels te rapen van een aantal naaldbomen.  Hij vind dennenappels mooi om te zien.  De dennenappels zijn o.a. afkomstig van de douglas, larix en corsicaanse den.  Halbe noemt de term naakt- en bedektzadigen.  Verspreiding van het stuifmeel is door de wind. Bij nat en vochtig weer blijven de kegels dicht. Zo blijven de zaden mooi beschermd. Bij mooi weer gaan ze open.  Na het praatje zijn er vragen welke naaldbomen nu inheems zijn.  De jeneverbes is inheems en de grove den. 

Halbe krijgt lof over de leuke start van het praatje, geeft veel informatie en is enthousiast. Er is ook een kritische noot.  Iets meer vormgeven aan hart en handen in dit biologisch moment is gewenst.
Jan vertelt dat er vragen zijn geweest naar een goed boek. Een goed boek is het basisboek voor veldbiologie in Nederland 'Zelf de natuur in', uitgegeven door KNNV Uitgeverij. Het is echter moeilijk verkrijgbaar. Verder zijn de adoptieterreinen nu bekend. Op de weblog staan de verslagen en een kaartje met de adoptieterreinen.

De docent van deze avond is Rene Nauta uit Vledder. Diersporen is het onderwerp.  Hij vertelt dat het zijn werk is om mensen mee het bos in te nemen en daar dan ook te blijven.  Dan komt aan de orde hoe je water kan vinden, vuur kan maken maar ook hoe je diersporen kan vinden.

Rene vertelt en laat fotos  zien van sporen die je altijd kan vinden.  In het bos laten dieren sporen na, maar een veer van een vogel in je eigen tuin is ook een spoor. Er zijn verschillende soorten sporen: haren, tanden, poep, voetafdrukken, braakballen  en vraatsporen.

 Veel dieren hebben vaste routes waar ze lopen, zg. wissels. Er zijn dieren die met poep een plaats markeren. Poep zegt veel over een dier, door poep te bekijken leer je over een dier. Een paard heeft veel grove vezels in zijn poep en bij een groene specht zie je stukjes mier terug. Palen in een weiland zijn een trekpleister voor vele vogels. Op deze palen zie je vaak een streep poep zitten. Zwijnen wroeten erg in de grond.

 Nesten zijn ook goed onderzoeksmateriaal. Welke materialen worden gebruikt?  Muizen maken holen in de grond. Geur en geluid zijn ook sporen. Een vos ruikt sterk. Op een plek met veel veren kan je aan de hand van de veren herleiden welk dier is aangevallen en misschien ook welk dier de aanvaller was.  Vraatsporen zie je goed bij een weiland met een bosrand. Paarden eten ook aan de bomen in de bosrand. Eekhoorns eten dennenkegels. Aan de vorm van de dennenkegels kan je zien dat het eekhoorns zijn geweest.  Er zijn heel veel dieren die paddenstoelen eten.


Foto gemaakt door Grietje Loof (van neneh.nl)
 

Sporen hebben alles met kijken te maken. Leren kijken is een kunst waarbij je kan leren over het dier, wat het eet, dingen over de omgeving, gewoonten etc. . Op een plaatje met muizenholen in de sneeuw is te zien dat er bij een hol de rijp van de sneeuw er niet iets anders uitziet. Dit muisje is dus thuis!

In de pauze is het mogelijk om kisten te bekijken met allerlei diersporen.  Na de pauze gaat het over prenten. Prenten zijn voetafdrukken van dieren.  We zien sporen van diverse dieren in het zand maar ook in de sneeuw. Op de uitgereikte stencils kan je zien hoe o.a. de prent van een kat, hond, vos  en das eruitziet.  Elk dier loopt op zijn eigen wijze. Dit kan je terugzien in de voetafdrukken. Vaak gaat de achterpoot over de voorpoot heen.  Een harige poot geeft een minder duidelijke afdruk.

Op deze avond over diersporen hoor ik iemand zeggen dat een wandeling in het bos na de excursie met Rene Nauta niet meer hetzelfde is!

Verslag: Ria Duiven

Geen opmerkingen:

Een reactie posten