dinsdag 28 februari 2012

Duurzaamheid dichtbij in de natuurgidsencursus

Verslag lesavond 23 februari 2012

Programma van de avond:

  • Biologisch moment door Jan van den Berg
  • Duurzaamheid dichtbij door André
  • Presentaties opdracht duurzaamheid door 4 groepjes cursisten

Kegelslakken als biologisch moment


Jan vertelt dat duiken een aaneenschakeling van biologische momenten is. Hierbij laat hij zijn snorkelpijp zien. Hij vraagt de groep wat het gevaarlijkste zeedier is, want daar wil hij iets meer over vertellen.
De groep komt met allerlei dieren, zoals haaien (niet gevaarlijk), kwallen, enzovoort. Over al deze dieren weet Jan kort iets te zeggen. Maar het dier waar hij het over heeft is de kegelslak.
Van deze slak zijn er wel 600 soorten. Kegelslakken zijn vleesetende jagers. Ze hebben een maaguitsteekstel met een harpoen. Hierin zit het dodelijke gif. Een druppel gif kan 20 mensen doden. Gelukkig leven ze alleen in (sub)tropisch water, ze komen in de Noordzee dus niet voor.
Terwijl Jan dit vertelt gaan er twee kegelvormige slakkenhuisjes rond, een van de textielkegelslak en een andere. De huisjes hebben mooie patronen.
Als laatste noemt Jan de website www.theconesnail.com  waar je meer over de kegelslakken kunt zien.

Feedback van Frouwkje en Pyt:
Leuk dat het interactief was. de vragen aan het begin deden het goed en net toen Pyt dacht dat duurt te lang, vertelde Jan waar hij het over wou hebben. De opbouw was spannend: hoofd hart en handen waren goed in balans. Frouwkje vult aan dat ze het knap vond hoe Jan het deed en dat hij veel kennis had over het zeeleven.

Duurzaamheid dichtbij

André  vertelt dat dichtbij hier twee betekenissen heeft: dichtbij in je eigen leven, en dichtbij in de zin dat je de oplossing van het klimaatprobleem ook dichtbij moet zoeken.
Als eerste krijgen we een filmpje te zien over de man van de 'no impact week'. Hierin is te zien hoe Jackson en zijn gezin een jaar lang leven zonder impact op het milieu: geen afval produceren, geen vlees eten enz. De opdracht voor de cursisten, om een dag uit de no impact week te proberen, is door niemand letterlijk uitgevoerd. Wel zijne er veel mensen die sowieso al bewust met het milieu omgaan. Grietje heeft vorig jaar een no impact week gedaan, het maakte haar bewust van haar gemakzucht.
Om het klimaatprobleem te lijf te gaan presenteert André  drie oplossingen:

  1. cradle to cradle
  2. bio based economy
  3. prosperity without growth

  1. cradle to cradle
    Het idee is dat het productieproces zoals die nu is, waarbij oude produkten die stuk zijn vervangen worden door nieuwe, technisch betere producten, omgevormd wordt tot een proces waarbij de oude producten opnieuw gebruikt worden. Grondstoffen worden eindeloos opnieuw gebruikt. Afval bestaat niet.
    Het idee onstond toen een onderzoeker een mierennest onderzocht. Op onze aardkloot zijn trouwens meer kilo's mier dan kilo;'s mens! Toch veroorzaken de mieren geen milieuprobleem. Wat een mierenvolk kan moet de mens toch ook kunnen?
    Om te recyclen zijn er twee kringlopen waar je naar kan kijken: de natuurlijke kringloop, waarbij het vooral om natuurlijke grondstoffen gaat, en de technische kringloop. Het streven is om te komen tot 'true recyling': een produkt maken dat weer gedemonteerd wordt er teruggebracht in de kringloop. Een voorbeeld is bijvoorbeeld een eetbare trui. Nu worden producten ook gercycled, zoals PET-flessen waar fleecetruien van gemaakt worden, maar uiteindelijk belande ook de fleecetruien weer op de afvalberg. Dat is geen eindeloze kringloop.
    Tot slot laat André een filmpje zien waarin Herman Wijffels in zijn eigen woorden het cradle te cradle principe uitlegt (zonder het verder te benoemen trouwens).
  2. bio based economy
    De tweede oplossingsrichting voor het klimaatprobleem is de mogelijkheid om om te schakelen naar een energievoorziening op biologische brandstoffen. In dit model is er nog alle ruimte voor economische groei. Er moet naar gestreefd worden kringlopen te sluiten, zodat er geen energie en grondstoffen verloren gaan.
  3. prosperity without growth
    Het grootste probleem is niet grondstoffen of energie, maar biodiversiteit. Ook de groei valt niet vol te houden. Altijd zijn er moment en van krimp, maar deze zijn instabiel (bv oorlog). IN het model van prosperity without growth wordt gesteld dat de economische groei gecontroleerd moet worden afgeremd. Dit kan bereikt worden door de volgende maatregelen: investeren in vooral de dienstensector (bv de zorg, onderwijs), door mensen minder hard te laten werken en rekening te houden met de ecologische grenzen van de planeet. Hiervoor stelt men een 'Green New Deal' voor: het stimuleren van ecologische ondernemingen, investeringen zijn gericht op ecologische hervormingen. 

Presentaties duurzamheid in je adoptieterrein

De opdracht was om te laten zien hoe je duurzaamheid als thema kan behandelen op je adoptieterrein.

De eerste groep, met Nelleke, Theo en Ria, heeft het Booijsveen. Dit is een terrein waar turf is afgegraven. Nelleke speelt natuurgids, en vertelt hoe het veen is ontstaan uit veenmos. Daarna laten ze dmv sheets zien wat de energieopbrengst van turf is in vergelijking met hout en steenkool. Doorgaan met stoken op turf zou betekenen dat er heel veel meer moet worden gestookt. Het is dus maar goed dat men hier gestopt is om op turf te stoken.

De tweede groep, Hannie, Cor en Jan Willem, doen voor hoe ze op de Kraaiheidepollen een natuurwerkdag met verstandelijk gehandicapten zouden organiseren. Natuurlijk met chocomel en een certificaat, een belong voor het werk is belangrijk. Het trekken van dennen houdt de hei open, dat is een vorm van ecologisch natuurbeheer.

De derde groep is wederom Jan, die een kaart laat zien van het Buinerveld uit 1933. Hierop kun je zien dat de hei van het zuiden uit bebost werd. Bij het planten van de bomen kwamen veel keitjes boven, die gebruikt zijn  om wegen  te verharden. Een goed voorbeeld van duurzaam hergebruik van afval, of in dit geval, de steentjes.

Als laatste laat Frouwkje eeen kaart van de compagnonsbossen bij Ravenswoud zien, en een foto van een stuw. In 2010 zijn in het compagnongsveld de waterstanden flink verhoogd, dit om verdroging van de bossen en het Fochtelooerveen tegen te gaan.


Jan Willem Feenstra

Geen opmerkingen:

Een reactie posten