woensdag 29 februari 2012

Excursie naar twee melkveebedrijven: gangbaar en biologisch


Verslag zaterdag 25 februari

We verzamelden ons tussen 09.00 en 09.15 uur  bij de parkeerplaats tegen over de VVV van Diever. Vandaar bij elkaar in de auto’s gestapt om naar Wapse te gaan. We startten  bij de melkvee bedrijf van Johan en Leida Moes in Wapse, waar ook de camping Noordenveld zich bevindt. Er was ontvangst met koffie, thee en heerlijke cake.

Johan startte zijn verhaal met een stukje geschiedenis over de boerderij. In de jaren ’30 is de opa van Leida begonnen met een boerderij die een stuk verderop stond. Hij had daar akkerbouw en vee. Ook waren er in de oorlog veel onderduikers bij deze opa.

In de jaren ’50, ’60 hebben de vader van Johan en diens zwager het bedrijf overgenomen. Waar nu de boerderij staat stond eerst een veldschuur voor het graan.




Op een gegeven moment hebben ze het bedrijf gesplitst en is de vader van Johan op deze plek verder gegaan. In 1960 heeft hij daar een huis gebouwd. Johan wilde van kinds af aan, al boer worden. Doch besloot hij in de jaren ’90 naar Portugal te gaan, na zijn schooltijd. Hij dacht er eerst nog over om daar te blijven, maar toen duidelijk werd dat zijn vader dan de boerderij daar zou op gaan aanpassen, heeft hij besloten om terug te komen naar Wapse. Daar is hij in 1995 met zijn vrouw in de boerderij gaan wonen en zijn ouders zijn in een woning in het dorp Wapse gaan wonen. In 1996 is ook de camping erbij gekomen.

Deze camping is geheel aangepast aan de wensen en de luxe van deze tijd. Zo kan Johan en Leida de gasten het plattelandsgevoel geven maar wel laten genieten van luxe naar de wc te gaan.

Op het melkveebedrijf zijn er ongeveer 80 melkkoeien en 40 hectare land. Daarnaast heeft hij ongeveer 60 stuks jong vee  Een kalf blijft hoogstens 1 dag bij de moeder. Een stiertje gaat na 10 dagen naar de opfokstal. Zo is er een aparte stal voor kalfjes van 14 dagen tot 3 mnd. En een stal voor kalfjes vanaf 3mnd tot 1½ jaar. Een koe geeft ongeveer 27 liter per dag. Gemiddeld wordt een koe 5 jaar oud terwijl je pas van een koe kan spreken als hij 3 jaar is en het 3e kalf  heeft gekregen. De oudste koe is 12 jaar. Het ras is Holstein Friezen.

De koeien worden 2 keer per dag gemolken en Johan is daar ongeveer 1 ½ uur per keer mee bezig incl. het schoonmaken.




De koeien gaan van april tot september de wei in. Een koe houdt er niet van om beneden de 15 graden C, boven de 25 gradenC, en bij regen buiten te zijn. Als het in de zomer warmer is dan 25 graden, gaan de koeien om 13.00 uur weer naar binnen. Bomen in de wei voor verkoeling en schaduw kan niet. Alle koeien zouden bij het zelfde groepje bomen gaan staan ( kuddedieren) en daar ook poepen en plassen. Daar zou een poel van bacteriën ontstaan waardoor er allerlei ziektes ( ontstoken uiers) zouden komen.

Bij een gangbare boerderij wordt er gebruik gemaakt van kunstmest. 70 jaar geleden was er op de plek van deze boerderij nog allemaal hei. Dat is hele schrale grond. Als er esgrond was geweest was de grond al veel rijker. Met de komst van de kunstmest kwam er een eind aan de armoede in Drenthe.

In de jaren ’70 en ’80 was de kunstmest heilig. De voorlichting was verkeerd en er werd veel te veel kunstmest gebruikt. Nu wordt er ook veel meer naar de grondkwaliteit gekeken en daar de hoeveelheid kunstmest op aangepast en de verhouding stikstof en zwavel bijna gehalveerd.  De mestwetgeving van de jaren ’90 heeft hier ook invloed op.

De werking van drijfmest is heel belangrijk. Deze mag uitgereden worden vanaf februari tot juni. Johan geeft aan dat als hij op zware kleigrond had gezeten hij misschien wel een biologisch boer was geworden. Sowieso is zijn bedrijf veel milieuvriendelijker als je ze met de mega boerderijen vergelijkt in bijvoorbeeld Noord Brabant.

Zo geeft Johan ook niet medicatie preventief. Ook geeft hij aan dat de veearts zelden komt en dat hij zelf al vaak weet wat een koe mankeert. Hij kent al zijn koeien en merkt al snel als er iets aan de hand is. Boer ben je met je ogen, zegt Johan.

Het is een kringloop. Als je gezond voer hebt, heb je gezond vee en weinig veearts kosten.

Johan probeert zelfvoorzienend te zijn qua ruwvoer voor de koeien. Het gras geeft een hogere energie als je dit inkuilt. De koeien krijgen het hele jaar bijgevoerd met kuilgras.



Ton Spijkerman en Ria Duiven hebben biologisch veebedrijf in Wapserveen.

Ria begint de rondleiding met het voorlezen van  citaat van de reden van opperhoofd Seattle uit 1854 'Hoe kun je de lucht bezitten'. Daarna vertelt ze over de geschiedenis van de boerderij. Eerst hebben Ria en haar vader de boerderij gerund. In 1994 zijn Ton en Ria overgeschakeld  naar biologische veeteelt.



Ze hebben nu ongeveer 70 koeien van verschillende rassen en kleuren. Daardoor zijn de koeien minder gevoelig voor ziektes. Er is op dit moment geen stier en past de boer KI  toe.

In de stal, die gebouwd is in 1976, is geen rooster maar een soort schuiver die een paar keer per dag de mest van de vloer schuift naar een put. De koeien zijn hier aan gewend en stappen al snel gemakkelijk over de schuiver heen. Ook hebben ze nog een stuk in gebruik als potstal. Dit is de kraamkamer en er staan koeien in die iets mankeren. Nu stond er 1 koe die al twee keer was uitgegleden in de stal, om zo haar spieren weer rust te geven.

Ze hebben 60 hectare land, hebben nog 12 hectaren in bruikleen van Staatsbosbeheer en pachten ook nog land van de vader van Ria. Hierin zie je ook verschil met de gangbare veeteelt. Per koe veel meer hectare land. In 1994 waren er nog maar weinig biologische producten in de winkel. Economisch was het voor Ton en Ria neutraal en er kwam meer vraag naar biologische producten. Samen hebben ze een maatschap en Ria werkt er nog naast.

Zo wordt er in de biologische veeteelt geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt, geen medicatie preventief gegeven en zoveel mogelijk natuurlijke medicatie. Zowel de koeien als het jong vee loopt buiten tussen april en september. Ton en Ria zijn qua ruwvoer zelfvoorzienend maar kopen krachtvoer aan.

Als een bio boer hooi wil kopen, betaalt hij er ongeveer 50 euro voor terwijl een gangbare boer er ongeveer 35 euro voor betaalt.


Ook vertelde Ton nog een heel verhaal over het  melkquotum, melkrecht, en recht verhuren. Dit heb ik niet helemaal begrepen en kun je dus, bij belangstelling, vast nog wel even navragen bij Ria (toch Ria?). In ieder geval gaan die rechten er in 2015 eraf en dat zou nog een hele strijd gaan leveren.

Ria en Ton laten 6 tot 7 koeien per jaar slachten voor de verkoop van biologisch vlees. Dit kun je voor een deel ook bij hen aan huis kopen. Verkoop van melk is de belangrijkste inkomsten. De melk gaat naar de zuivelfabriek in Rouveen die er biologische kaas van maakt. De melkprijs is beschermt en heeft ook nog een samenhang  met de olieprijs.

De biologische melk brengt 9 cent per liter meer op dan niet biologische melk. Dat is dan een soort vergoeding die de boeren krijgen omdat ze bijv. meer hectare land nodig hebben.

Zo hebben ze al 35 jaar grasland. Het graszaad wordt vermengd met vlinderbloemige, zoals rode en witte klaver. De vlinderbloemigen vormen de stikstof bron voor de biologische landbouw. Dit omdat ze in staat zijn stikstof uit de lucht te binden. Ook de stikstof uit de dierlijke mest kan via deze vlinderbloemige gebonden worden.

Er wordt steeds meer gekeken naar een samenwerking om de boer en de natuur tevreden te houden en te anticiperen op de klimaatsveranderingen. Zo willen ze de veengrond meer gaan inklinken door middel van pijlgestuurde drainage.


Tijdens zijn rondleiding gaf Ton ons nog een paar Biologische Momenten mee. Zo heeft hij in zijn werkschuur, die grenst aan de stal, balken waar zwaluwnesten onder zitten. Soms helpt hij ze door een extra plankje onder de nesten te timmeren. Zo kunnen de zwaluwen de vliegen en muggen weg houden bij de koeien. Het is een lage ruimte en dat is fijn voor de zwaluwen. Zo kunnen de eksters niet bij de nesten komen om de jongen er uit te roven.

In de stal hebben ze een kerkuilenkast. Helaas is die vaak ingepikt door een holenduif. Van het land dat ze hebben is er ook 1 hectare bos. Daarvoor ligt een stuk land wat vaak gebruikt wordt om maïs te planten. Sinds er in het bos een buizerdnest is bleef alle mais eraan. De kraaien leven weg en zo was de opbrengst van de maïs hoog.

Zo hebben ze ook drie kikkerpoelen en hebben ze een ooievaarsnest. Ook dit nest is bewoond maar dan wel door een stel nijlganzen.

Na de rondleiding was er nog voor iedereen heerlijke, eigengemaakte, warme chocolademelk met een krentenbol.

Bij deze, Leida, Johan, Ria en Ton, hartelijk bedankt voor de leuke en interessante rondleidingen die we op jullie bedrijven mochten mee maken.


Barry Konijn

Geen opmerkingen:

Een reactie posten