zaterdag 28 januari 2012

Weekend IVN Natuurgidsencursus Ooststellingwerg/Westerveld op de Havelterberg

MENS, MILIEU EN MAATSCHAPPIJ Verslag van de Havelterberg, zaterdag 28 januari 2012

Doel/resultaat is een weekend van actie (doen), van reflectie (denken) en van geestdrift (voelen): de inmiddels bekende trits van hoofd, hart en handen. Voorts is het de bedoeling inhoudelijk te kunnen verwoorden welke economische en sociale waarden meespelen bij bedreigingen van ecologische waarden. En dit met behulp van passende werkvorm(en) kunnen realiseren. Alle ruimte dus voor teambuilding, zowel bij inspanning als ontspanning. In een weekend van huishoudelijk zelfbestuur.

Er zijn enkele afmeldingen (Grietje Loof, Dineke Kuiper, Petra Postma en Tessie Bevers), die met beide verslagen van dit weekend hopelijk toch weer even zijn bijgepraat.

De kaart of het gebied? Dit verslag van zaterdag bestaat uit twee gedeelten. Het eerste deel gaat over een lijfelijke kennismaking met het gebied, de natuur zélf. Het tweede deel gaat over de mens en (duurzame?) gebiedsontwikkeling, de (planologische) kaart. Kortweg: de natuur als onderwerp (deel I) versus de natuur als lijdend voorwerp (deel II).

I. HET DRENTSCHE POMPEÏ

Havelterberg, zaterdagochtend 28 januari, temidden van twaalfduizend hectare Natura 2000 gebied. Kees deelt de sleutels van de gastenkamers uit, wijzelf de lakens. Er zijn heel veel boodschappen in de grote keuken verdwenen, er wordt ogenblikkelijk koffie gezet en… heerlijke kokoskoeken gepresenteerd door Barry, door haar zelf gebakken. Wij kijken uit over het dal van de Steenwijker Aa, volgens Jan Nijman de Vledder Aa of - als Kees niet zo druk was in de keuken - de Nijensleker Aa.

Wij staan scherp na de ochtendkoffie als fris team op het terras voor Het Hunehuis , opgericht in 1920 door de AJC / Arbeiders Jeugd Centrale , zo’n 15 meter boven de heide met zijn hunebedden. Het Hunehuis is nu een van de vijftien vriendenhuizen van het  Nivon. Deze zaterdagochtend is het begin van een stevig weekend met een goedgevuld programma.    De zon schijnt volop over het vele kilometers brede stroomdal waar wij op uitkijken. Daar zijn kort geleden , in de buurt van Nijensleek, nog resten van mammoeten gevonden, je kunt ze bekijken in Diever (Archeologisch Centrum). Onze gids van deze ochtend is Wim van Wijk, vrijwilliger bij Het Hunehuis, bij de Schaapskooi en bij het Archeologisch Centrum Diever.

Wim vertelt over Het Hunehuis, over het Nivon, over het oergevoel , over het geheim van het oude heideland en. neemt ons vervolgens mee het bos in.

Nacht op de Havelterberg

Verwachtingen en motivaties:
  • Jan van den Berg : “Wij hebben alle vertrouwen in deze groep"
  • Theo Tan (zonder spijt): “Door het mooie weer waren alle goedkope treinkaartjes bij Blokker toch al uitverkocht”
  • Edith Barf (gelijktijdig op de rand van griep én Havelterberg): “Flink wat paracetamol en dan gaat het best!”
  • Rinus Witteveen (nog onwetend over wat er komen zou): “Ontspannen, genieten en op me af laten komen”
  • Halbe Hamstra (er gaan geruchten dat hij de nacht in een hoge vliegden heeft doorgebracht): “Dit verhaal krijgt nog een staartje.”
Wij zijn inmiddels door Wim opgeroepen om als gids het landschap te leren ”lezen”. Opdat wij later wellicht anderen kunnen laten meelezen. De heide recht achter ons latend, betreden wij het plateau van de prehistorische stuwwal, omhoog gedrukt in de derde ijstijd (het Salien). En met ijs bedoelen we 100 meter dik ijs, en dat ligt wel een tijdje, immers van 350.000 tot 120.000 v.Chr.. We “lezen” het landschap met de stuwwal onder onze voeten en zetten de kraag omhoog.

Hamburger Cultuur


De vierde en laatste ijstijd (de Weichsel, 120.000 - 10.000 v. Chr.) heeft ons hier niet bereikt. Maar in het volledig boomloze toendra-landschap vriest het ‘s winters wel 20 graden (nu zijn er winters van gemiddeld +3 graden) en worden de zomers niet warmer dan 10 graden (nu +17 graden). Rivieren overstromen van smeltwater en puin, hun loop verandert voortdurend. De zeespiegel gaat stijgen, maar de zeebodem naar Engeland is nog droog.

Eeuwenlang stuiven oneindige lagen dekzand over de toendra, en zwaait hier sinds kort (50.000 v. Chr.) ook de Neanderthaler zijn knuppel en zijn lompe vuistbijl. De oudste vindplaatsen van rendierjagers zijn van nog maar van 12.000 jaar v. Chr. en zijn typerend voor de zogeheten Hamburger Cultuur. Voerman is de eerste (amateur)archeoloog die hier in Havelte de allereerste vindplaatsen blootlegt, zie Encyclopedie Drenthe: George Hendrik Voerman  en Archeologische vondsten Havelte .

In de overgang van Pleistoceen naar Holoceen, tijdens het zogeheten Mesolithicum of Midden Steentijd, zijn rendieren en neanderthaler verdwenen. Dan vanaf 9000 tot 5000 v. Chr. komen de jagers/verzamelaars, met hun veel kleinere, meer verfijnde gereedschappen en pijlpunten.

Van hunebedden is nog geen sprake, die komen vanaf zo’n 3500 jaar v.Chr. De periode van de hunebedbouwers ligt ongeveer tussen de jagers/verzamelaars (jongste Steentijd) en de IJzertijd in. Er bestaat een theorie dat de hunebedden wellicht ontstonden onder invloed van (afstammelingen van) een bergvolk van holbewoners dat mogelijk ooit gewend was hun doden in donkere grotten te begraven, en die traditie nog een poosje voortzetten in de Lage Landen.

Het Groot Geheim

Wie ook niet willen inburgeren zijn de Duitsers die tijdens de bezetting flinke landschappelijke ingrepen plegen. Het aanleggen van startbaan en van (natuurlijke)vliegtuighangars nodigt de Geallieerden weer uit tot een regelmatig bijgehouden bomtapijt. De plaatsen worden immers trouw aan Londen doorgeseind door de vaderlandslievende heer Poortman uit Meppel. Met als resultaat honderden bomkraters, nu als vennetje (kamsalamander) en/of als kalkrijke bodem voor zeldzame flora. Door het omwoelen van de bodem, zowel bij de opgeworpen aarde als wal rond de vliegtuighangars, bij de honderden bomkraters, alsook bij de aanleg van de startbaan (orchideeën), is er veel kalkrijk keileem naar boven gekomen. Dit heeft een unieke vegetatie tot gevolg. We houden even de pas in tot we naast wandelend naslagwerk Jan Nijman lopen, en noteren onder meer Zevenster, Drienerfmuur, Maanvaren en Bosanemoon.

Keileem is met smeltwater afkomstig uit Scandinavië en Denemarken en is overig het algemeen zeer kalkrijk. Alleen uit midden Zweden afkomstige keileem schijnt kalkloos te zijn. Via een omweg waar de nieuwe schaapskooi moet komen, als onderdeel van het integrale plan Havelterberg-Oost (waarover later meer), komen we langs een bordje 'Niet Betreden' op een diepgemaaid heide/pijpestrootje-terrein.

Met een Groot Geheim. Hier liggen 31 grafheuvels uit de overgang naar de IJzertijd. Het is professor dr. Albert Egges van Giffen (1884-1973) die hier ontdekt dat de mannen zijn bijgezet met het hoofd naar het noorden, en de vrouwen naar de zon (zuiden). Zo’n 2000 jaar voor Christus moeten wij in deze omgeving een vroege boerengemeenschap voorstellen met spijkers (voorraadschuurtjes op palen), simpele bewoning, omheiningen en achterliggende akkertjes.

Megalieten

Wij keren terug richting de kam (rand) van de Havelterberg met zijn ‘gletscher’groeven. En marcheren langs de bomkraters en wellen (door de keileemlaag) tot aan de bron van Havelte. Heerlijk drinkbaar water, zo uit de grond. Aan de voet van de berg staan we even stil bij de D53 (meest zuidelijke, en op Borger na grootste hunebed). Nauwkeurig ingemeten door Van Giffen en zijn toenmalig assistent en latere professor Tjalling Waterbolk (de laatste is nog steeds in leven) Encyclopedie Drenthe: Harm Tjalling Waterbork. Uit deze jongste Steentijd/overgang IJzertijd zijn hier toch wel zo’n 650 trechterbekers opgegraven (zie replica vitrine Hunehuis). Gedurende de oorlog is dit hunebed 10 meter diep begraven (ondergedoken) uit bescherming tegen de bezetter, en volgens de eerdere metingen na de oorlog weer nauwkeurig opgebouwd. Met behulp van stalen pennen ter duurzame(!) versteviging. Het kleinere hunebed D54 is toen tijdelijk met zand afgedekt. Tip om te bekijken: in één draagsteen van de D54 staat doorgaans water in een soort van kommetje/reservoir, net boven z’n billen.  Of dit soort van doopvont een rituele functie zou kunnen hebben gehad, en zo ja welke.. dat mag iedereen zelf bedenken. Hier zie je hoe een hunebed wordt gebouwd (don’t do this at home): SchoolTV: Hunebedden .




Dan gaan wij op weg naar De Doeze (site H3), een uitgestoven vlakte in de hei tegenover het Hunehuis. Met een doorsnee een aantal voetbalvelden en z’n geheel ronde vorm, heeft men eerder (foutief) aangenomen dat dit een enorme Pingo-ruïne zou zijn. Aan de hoge rand van deze stuifvlakte met zijn typische cirkelvorm zijn veel vondsten gedaan van Rendierjagers, die hier 15.000 jaar geleden bivakkeerden. Er zijn bijvoorbeeld verschillende typische ‘oppervlaktehaarden’ uit die tijd teruggevonden. De eerste onderzoeken van Voerman en Waterbolk dateren van 1932, de artefacten worden bewaard in het Drents Museum.
Tijd voor de lunch in het Hunehuis, al dan niet met vegetarische Bassie&Adriaan-worst. Een stevige basis voor een drukke middag over duurzaamheid, ontwikkelingsplannen en belangengroepen. Onderwerp en lijdend voorwerp: het gebied waar we deze morgen zo heerlijk hebben rondgezworven.

II. DUURZAAM HAVELTERBERG-OOST, OF VERWOEST ARCADIË?

Korte omschrijving van de casuïstiek. De druk op de hunebedden van Havelte (archeologisch aangeduid met D53 en D54) is te groot geworden, en het wordt algemeen wenselijk geacht dat het gebied wordt ontlast en de toegangsweg voor motorisch verkeer wordt beperkt. In overleg met verschillende belangengroepen is een plan ontwikkeld : Integraal Plan Havelte Oost. Dit plan gaat vooraf aan een wettelijk beheerplan (Natura 2000) waarvan de realisatie berust bij de Provincie (Drenthe). En aan een nieuw Bestemmingsplan Buitengebied van de Gemeente (Westerveld), waarin het gemeentebestuur het toerisme het gebied een extra impuls wil geven.



Het zijn vuurgevaarlijke ingrediënten. Aan de ene kant moet Natura 2000 een wettelijke basis bieden om verdere achteruitgang van de natuur tegengaan, en aan de andere kant wil de gemeente (dag)recreatie aanmerkelijk vergroten van ca. 80.000/150.000 naar 350.000/500.000 bezoekers per jaar. Dit in combinatie met een bezoekerscentrum, een(verplaatste) schaapskooi, sprookjestuin, natuurspeelplaats, net van (wandel)paden, dagrecreatiebedrijven, een hunebedroute en parkeervoorziening /transferium. Samen zou dat de Poort van Drenthe moeten worden.

Dit gebied (huidige Vlindertuin Papiliorama) ligt op het plateau van de stuwwal, dicht achter de 31 grafheuvels, de bomkraters, de hangars. Vijf jaar later is er niets anders gebeurd dan dat er ondernemers zijn afgehaakt, bewoners en betrokkenen morrelen, en natuurbeschermers zich ernstige zorgen maken. Voorlopig perspectief is slechts dat bezwaren bij de Raad van State nog tot verdere opschorting leiden.
Havelterberg, zaterdag 28 januari 2012.  Bijeen op ‘the very spot’, in het aldaar gelegen Hunehuis ontmoeten wij (in het kader van de gidsen-opleiding van het IVN) vertegenwoordigers van alle partijen rond het plan Havelterberg-Oost. Klaas Vriend is er namens de bewoners, natuurbeheerder Henk Post is er namens Staatsbosbeheer (SBB), verder ontmoeten wij natuurbeschermer Geert Hilbrands namens de actiegroepen, de bio-veehouder Ton Spijkerman namens de landbouw, de bestuurder Pina Dekker namens de gemeente, Henk Doeven namens de recreanten/bezoekers, en Steef Biljouw namens de (recreatie)ondernemers.
Ook wij hebben ons in evenveel groepjes verdeeld, elk met de opdracht om zich te vereenzelvigen met een aangewezen belangengroep. Om van daaruit aan het eind van het weekend te komen met een plan, geheel los en onwetend van het officiële plan. Liefst creatief en dito gepresenteerd, maar ook op enigerlei wijze rekening houdend met de langskomende overige zienswijzen.

Opmerkelijk zijn de indrukken die wij opdeden uit de zeer boeiende gesprekken met vertegenwoordigers van gemeente, SBB en de bevolking (burgers/recreanten, recreatieondernemers, boeren, natuurorganisaties). Wat betreft die laatste bevolkingsgroepen: daar bespeuren we een beetje het gevoelen van: “onder het mom van inspraak, drukt de overheid de burger projecten door de strot”

Dat zou wellicht nog te verteren zijn, wanneer de kwaliteit van de projecten dit zou kunnen rechtvaardigen. Hier dringt de vraag zich op of die kwaliteit hier blijkens de onrust over de plannen wel wordt gehaald, en of de kritiek (wellicht in verband met datzelfde ontbreken van die kwaliteit) afketst op een harnas van - wat al werd genoemd - ‘bestuurlijke arrogantie’?

Schaapskooi-oorlog

Immers, als er iets is dat in verschillende ontmoetingen en bevindingen alreeds op de eerste dag van dit weekend zichtbaar wordt, dan is dat wel een teleurstelling onder bevolkingsgroeperingen. Is er dan wel voldoende draagkracht, herkent men zich nog in het plan? Valt er niet wat af te dingen op de kwaliteit van de visie, ambitie en creativiteit in het voorgenomen (bestemmings)plan?

Als vervolgens óók nog een onthutsende afwezigheid van daadwerkelijke duurzaamheid zou blijken uit het plan, kunnen wij dan iets begrijpen van die ontsteltenis en groeiend cynische teleurstelling over de lokale bestuurders? Bestuurders die – zo wordt ons voorgehouden - ook in het na-traject “alleen horen wat ze willen horen”. Een stelling waarbij in mindere mate ook SBB wordt genoemd. En erger, als in navolging van de plaatselijke overheid, ook de andere partijen in een eigen tunnelvisie dreigen te belanden? Met zoals vaak het treurige gevolg dat die partijen tegen elkaar zijn/worden uitgespeeld ? De verleiding van lokale overheidszijde om tot een bestuurlijke verdeelen-heers politiek te vervallen, kan dan al gauw leiden tot zeer trieste dieptepunten, zoals de z.g. Schaapskooi-Oorlog tussen twee dorpen en gemeenschappen.

Natuurwaarde

Is het dan gebrek aan visie, ambitie en kwaliteit, die hier een wissel trekken op duurzame ontwikkelingen? Met de natuur als inzet en tegelijk als grootste verliezer? Het gebrek aan duurzaamheid blijkt volgens natuurliefhebbers vooral uit een veronachtzaming van de kwetsbaarheid van de rand van de Havelterberg, én van het achterliggende plateau. Alleen het directe gebied van beide hunebedden (D53 en D54) te willen ontzien, lijkt in ieder geval voor duurzaam natuurbehoud niet in overtuigende mate voldoende.
Ook in deze aangrenzende gebieden gaat het immers onverkort over een (zeldzaam) drievoudigsamenkomen van waarden. Namelijk over
  1. de geologische waarde (inclusief wellen/bronnen),
  2. de archeologische waarde (onder meer het grote aantal grafheuvels), én
  3. de natuurwaarde (onder meer de kamsalamander en de tapuit).
Als vierde waarde kunnen wij hieraan nog een meer recente historische dimensie toevoegen, van (bomkraters en hangars WO II). Die daarbij ook eens een extra landschappelijke en natuurlijke waarde hebben gekregen (naar boven gekomen kalkrijk keileem met zeer waardevolle plantensoorten). En dan hebben wij het nog niet eens over de aanpalende boerencultuurlandschappen van eeuwenoude es en houtwallen.

Duurzaamheid of maakbaarheid?

De zogeheten maakbaarheid van het gebied in de ogen der ‘bestuurderen’ dreigt zo de duurzaamheid te overschaduwen. Zo registreren wij (uit verschillende bronnen) een opmerkelijke bijdrage van SBB in deze. En wel in de vorm van een verrassend dan wel horizonvervuilend plan voor een kabelbaan middenin en over het kwetsbare natuurgebied (“Tirol in Havelte”, zo noteerden wij).

Dit zal menig oprechte natuurbeschermer van steile verbazing van zijn stoel doen rollen. Het aan een bonte, sterk groeiende groep van mountainbikers, wandelaars, hardlopers, roedels honden, hondensleeën, motorcrossers, 4WHD coureurs, een parade van rijdend defensiematerieel , óók nog eens een soort van Efteling-vermaak aan de horizon toe te voegen, lijkt dat te getuigen van een monter volgehouden wereldvreemdheid? Mogen we aannemen dat SBB dit idee (foutje, bedankt) schielijk in gepaste schaamte zal intrekken?


En wat moeten we denken van het nogal geldverslindende plan van de gemeente om een horecabedrijf uit te kopen, om het te verplaatsen naar maar liefst 1 kilometer verderop? Want wat is nu bereikt? Terwijl het vooralsnog alleen de messen zijn die duurzaam worden geslepen , ligt het resultaat van álle energie van de laatste 5 jaar (!) nu bij de Raad van State.
(hier is voor de vegetariërs alvast een alternatief programma:)





Energie die al tijd voor duurzaamheid had kunnen worden aangewend. Dat mogen wij best de plaatselijke bestuurders en semi-overheidsorganisaties aanrekenen. Te meer omdat uit verschillende sessies gedurende het weekend bleek dat de standpunten zeer dicht bij elkaar liggen, en zich met open vizier uitstekend laten verenigen in een uitgangspunt waarin een duurzame natuurbescherming voor iedereen centraal staat. Zelfs mét (biologische) landbouw aan de randen van het Natura 2000 gebied, kunnen álle betrokken partijen elkaar juist wel ergens vinden in een meer ambitieuze visie richting duurzame oplossingen.

De les(sen) van deze casus: inhoud en betrekking

Nu de natuur hier evenwel door menselijke zwakheden (tunnelvisies en politiek) een duurzame verliezer dreigt te worden, moeten wij ook deze, wel zeer bijzondere praktijkles over duurzaamheid tot ons nemen. Enige strijdbaarheid lijkt niettemin geboden. Wij zijn twee dagen op de Havelterberg te gast geweest, en zouden als IVN best eens al onze bevindingen van dit weekend in de vorm van een gratis advies aan de ‘bestuurderen’ kunnen doen toekomen. Waardoor onze aanwezigheid toch nog een klein duurzaam staartje zou kunnen krijgen?

De belangrijkste les voor de IVN-gids in opleiding is wel dat wij deze zaterdag het menselijk krachtenveld aan den lijve konden meemaken. Zo ging het niet alleen over de inhoud (duurzaamheid), maar ook over de betrekking (zienswijzen, meningen en belangen). Ook daarmee zal elke IVN-gids in zijn/haar vrijwilligerswerk dapper moeten (leren) omgaan.


Peter Haveman

Geen opmerkingen:

Een reactie posten