vrijdag 18 mei 2012

Plantensystematiek, geschiedenis van de ordening


Over planten, namen en de indeling. Maar eerst een biologische moment over de egel.

Verslag Natuurgidsencursus 26 april 2012

Biologisch moment met Cas van Guldener: De egel

De egel scharrelt al zo’n 50 miljoen rond. Hij is insekteneter:  slakken, regenwormen, torretjes, mieren, vliegen, duizendpoot. Ze ruimen ook aas (b.v. vogel) op. Daarmee zijn het nuttige dieren en zijn ze handig in je tuin. Je moet ze geen melk geven daarvan raken ze aan de diarree.

In Limburg worden relatief veel albino egels gezien. Niet duidelijk is waardoor (zie krantenartikel).


Egels zijn geslachtsrijp als ze zo 9 á 11 maanden zijn. Het paren gaat omzichtig en er wordt de nodige tijd voor uitgetrokken. Bij de geboorte hebben de jongen zachte stekels.
Na 2 tot 3 maanden moeten de jongen zichzelf redden en worden ze door hun moeder verstoten.
Meestal beperken egels zich tot één worp per jaar. Toch soms ook wel twee keer en dat is niet handig omdat de jongen dan te laat “klaar” zijn voor de winterslaap. Winterslaap omdat er in de winter onvoldoende voedsel is. Om deze rustperiode goed door te komen moet er een voldoende vetlaag opgebouwd zijn. Volgens Cas gaan de jongen daarom ook later in winterslaap als hun ouders. De egel is een zoolganger:
Een zoolganger is niet erg snel, vandaar stekels?

Via de “zeilegel” van Hanneke worden we gewezen op de vele verkeersslachtoffers.
Cas heeft onlangs in zijn adoptiegebied een egeltje gevonden, die duidelijk hulp nodig had. Meegenomen naar huis en gevoerd zodat hij weer aan kon aansterken. Is gelukt de egel is uiteindelijk zelf uit zijn krat gekropen.


Namen noemen


Henk Hut neemt vanavond het docentenstokje weer over van Jan Nijman.
Op het programma: Plantensystematiek. Het lijkt een enigszins saai onderwerp. De geschiedenis van het orde scheppen in het plantenrijk.
“Bij alle systematisering moet je wel bedenken dat het belangrijkste blijft dat je nieuwsgierig bent naar planten!”
Waar wij aan denken bij plantensystematiek? …Ordening…. Geslachten…Variëteiten... Linnaeus
Lang geleden werden namen voor planten vooral in gegeven door het gebruik. Mensen waren erg afhankelijk van de natuur: b.v. cederhout Libanonceder, deze worden heel oud en groot en voor veel doeleinden gebruikt.
Fantastisch boek over het onderwerp:

Henk Hut was als kind gefascineerd door het plantenrijk. Hij bracht vele uren op de knieën door om “zijn eigen orde” te scheppen. Speciaal voor ons is het zijn “plantenrijk” weer opgezocht en wordt ontrold:
Vraag: Zou hij het nu weer zo uitwerken?
Het antwoord komt aan het einde van de avond, belooft Henk
Henk was niet de eerste plantensysteembouwer: Plato, Aristoteles, hun leerling Theophrastus en daarna een hele reeks mensen door de eeuwen heen probeerden systematiek aan te brengen om inzicht te krijgen. Er was weinig uitwisseling iedere systeembouwer begon weer vrolijk met een eigen systeem.

Opdracht:

In groepjes aan de slag met het volgende gegeven. Je komt aan op een onbewoond eiland. Er is geen internet, geen boeken, niks van dit alles. Wel voedsel e.d. daarover geen zorgen.
Ga aan de slag om een eigen indeling te maken van het plantenrijk op je eiland.
Resultaten kort samengevat van waaruit orde wordt geschapen:

  1. Drijfvermogen, brandbaar, eetbaar, kunnen er wapens van gemaakt. Criterium: bruikbaarheid, nut
  2. Grootte: boom, struik, plant, vorm,  kleur v/h blad, bloeiwijze, vruchten, droog of natte biotoop. Criterium: kennis
  3. Criterium: Bouwmateriaal
  4. Zacht of hard, geur, aantal bladeren, licht, donker, schaduw, kleverig, harig, glad, ruw, alleen of samen.
  5. Hoe ziet mijn omgeving eruit? Biotoop, zoet dan wel zout water, samenhang met andere planten en of dieren, Cultiveerbaar?

Henk vertelde ondertussen een anekdote  over aankomst op  Rottumeroog samen met Victor Westhoff.  Aankomst verliep nat en koud maar Victor Westhoff had al alleen oog voor planten: “Ik heb al twee plantengemeenschappen gezien!”

De geschiedenis van zoeken naar ordening:

Theophrastus , “Vader van de plantkunde”

Geboren op Lesbos en leerling van Plato en daar Aristoteles. Hij wordt als één der eerste botanici beschouwd. Hij was de eerste die aandacht had voor de intrinsieke waarde van planten, niet alleen oog voor de gebruiksmogelijkheden.  In zijn tijd was de kennis van de plantenwereld  in principe alleen weggelegd voor priesters: "Zij die het geheim van God kenden, mochten de natuur met zich mee dragen."
Ongeveer 2300 jaar geleden deed de Griekse onderzoeker Theophrastus (ca. 372 - 287 v. Chr.) iets dat door niemand eerder was aangevat: hij begon op een systematische en wetenschappelijke manier planten te bestuderen. Natuurlijk waren de kwaliteiten van diverse nuttige planten en bomen sinds mensenheugenis bekend bij degenen die zich hierop verlieten. Voor het bouwen van schepen koos men bijvoorbeeld meestal zilverspar, spar en Syrische ceder. Voor de planken van het dek van schepen werd lindenhout gebruikt.
Handelsschepen waren meestal van sparrenhout gemaakt, omdat dit niet ging rotten. Voor het bouwen van huizen werd zilverspar het meest toegepast. Kermeseik had de voorkeur voor de assen van kruiwagens en de dwarsbalken van lieren en psalters. Van iep werden deuren en wezelvallen gemaakt, omdat dit hout het minst kromtrok, maar het werd ook voor scharnieren gebruikt. Steeneiken en judasbomen zorgden voor wandelstokken, van het hout van de olijfboom werden hamers en handboren gemaakt. Cultusbeelden werden meestal van palmhout gemaakt, dat licht, zacht en makkelijk te bewerken, maar minder broos dan kurkeik was. De beste houtskool kwam van compact hout zoals de steeneik, wintereik of aardbeiboom. Bijenhouders wisten welke planten de beste honing produceerden. En van veel planten was de geneeskrachtige of giftige werking bekend. Bijvoorbeeld de gevlekte scheerling, die "een gemakkelijke en snelle dood" gaf (dit gif had Socrates in 399 v. Chr. gebruikt voor het drankje waarmee hij zelfmoord pleegde). Een lucratief kruid In Theophrastus' dagen was de cyclaam, die in het oude Griekenland door vrouwen op grote schaal als voorbehoedmiddel werd gebruikt.
(bron  www.albertluttikhuis.nl )

Theophrastus ging op stap om kennis te verzamelen. Hij sprak met herders enz., om zo de mondelinge overgeleverde kennis van generatie op generatie over planten te achterhalen. Net als nu “veldnamen” via oude mensen worden genoteerd.
leestip: “Paarden, zwaarden en ziektekiemen” Jarid Diamand, o.a. geschiedenis landbouw, korte samenvatting hier.

Over hoe de landbouw en ziektes zich na Columbus  ontwikkelden, en hoe belangrijk dit was voor bevolkingsgroei  in “Brands met Boeken” Charles Mann over zijn boek “1493”:
Filmpje duurt ongeveer half uur: Link naar filmpje

Thothmes III (farao Egypte) zorgde voor de eerste encyclopedie voor het volk. Bestaande uit tekeningen op muren.

We zijn nu bij Plinius (ca. 20-80 n.Chr.) en Dioscorides

Plinius de Oudere werd in 23 na Christus geboren in Como en overleed op 24 augustus 1979 te Stabiae, toen hij op weg was naar Pompeï, waar juist de uitbarsting van de Vesuvius had plaatsgevonden. Hij bereikte Pompeï niet omdat het te donker was door de as van de vulkaan. Door de aanlandige wind kon hij niet meer van Stabiae vertrekken en hij overleed omdat zijn toch al zwakke longen de as-aanval niet konden verwerken.
Zijn opleiding genoot Plinius in Rome. Als jonge officier diende hij onder Corbulo, later was hij keizerlijk procurator in verschillende gebieden en tenslotte werd hij als vertrouweling en adviseur van keizer Vespasianus commandant van het vlootseskader te Misenum in de baai van Napels. Naast deze jobs ontwikkelde hij een enorme literaire bedrijvigheid, waarvan zijn grote werk Naturalis Historia het bekendste is.
Naturalis Historia,  Het boek is onderverdeeld in 37 boeken, waarin de volgende onderwerpen uitgebreid aan bod komen: Kosmologie, Geografie, Antropologie, Zoölogie, Botanica, Geneeskunde, Delfstoffen, Kunst

Op kunst-en-cultuur.infonu.nl wordt de Naturalis aangeduid als een voorloper van wikipedia en krijgt het de volgende recensie:  “Hoe het ook zij, Naturalis Historia is een bron van antieke kennis, rijkelijk gelardeerd met anekdotes en sappige verhalen, en de moeite van het lezen in ieder opzicht meer dan waard.” Niet systematisch maar meer verzameld, zei Henk Hut ervan.
Dioscorides: De materia medica (1e eeuw na Chr.)

Ongeveer in dezelfde tijd als Plinius leefde ook de Griekse kruidkundige Pedanios Dioscorides, die onder meer arts van keizer Nero was. Dioscorides trok met de Romeinse legers mee, waardoor hij in de gelegenheid was vele kruiden te verzamelen. Zijn opgedane kennis legde hij vast in een omvangrijk boek, bestaande uit vijf delen, waarin hij naast andere zaken 600 planten beschreef qua uiterlijk en medisch gebruik. Het verscheen in het klassiek Grieks onder de titel Peri Hulè Iatrikès, maar wordt tegenwoordig altijd aangeduid met de Latijnse titel: De materia medica libri quinque. Dit werk bleef de standaard op het gebied van de kruidengeneeskunde tot in de 16e eeuw!
Uit 512 stamt een handschrift dat een kopie is van de oorspronkelijke tekst.

Bagdad

Via de zijderoute ontstonden contacten tussen Grieken en het Oosten. In Bagdad werd kennis van Grieken en Romeinen vertaald, overgeschreven en nagetekend.
Het Huis der Wijsheid (Arabisch: Bayt al-Hikma) was een academie voor onderzoek en onderwijs in het middeleeuwse Bagdad. Het huis werd gesticht door kalief Al-Ma'mun in 825 of 830. Dit Huis der Wijsheid kreeg later diverse navolgingen.
Het Huis der Wijsheid was vermoedelijk geïnspireerd op een de Iraanse Academie van Gondesjapoer, een Sassanidisch centrum van wetenschappen.
In het Huis werden vertalingen gemaakt van werken van de klassieke Griekse filosofen en wiskundigen. Veel van deze vertalingen werden gemaakt door christenen en joden. Een bekende vertaler was Hunayn ibn Ishaq.
Naast het maken van vertalingen werden er ook wiskunde, astronomie en astrologie (toen nog als één vakgebied gezien), geneeskunde en natuurkunde bedreven.
Diverse wetenschappers werkten in het Huis der Wijsheid. Thabit ibn Qurra en Al-Chwarizmi waren twee wiskundigen en astronomen die er werkten. Een bekende filosoof die werkte in het Huis was al-Kindi.
Onder het puriteinse bestuur van kalief Al-Moetawakkil (9e eeuw) werd het Huis gesloten en verdere wetenschappelijke initiatieven vonden verspreid plaats.
(bron:wikipedia)
In Europa viel de kennisverwerving in de vroege Middeleeuwen stil (oorzaak interpretatie van het Chr. geloof), het werd een saaie tijd.

Adelard uit Bath

Vooral bekend om zijn bijdragen aan de introductie van de Arabische wetenschap in het westen.
Bath Engeland.  1116-1142 Was niet bang / dwars op de tijdgeest / zag dat lange geschiedenis oorzaak verscheidenheid was. Hij bestudeerde de intrinsieke waarde i.p.v. het nut van planten.

Albrecht Durer

Albrecht Dürer (Neurenberg, 21 mei 1471 - aldaar, 6 april 1528) was een Duits kunstschilder, tekenaar, maker van houtsneden en kopergravures, kunsttheoreticus en humanist uit de Noordelijke Renaissance. De opkomst van de prentdrukkunst, die parallel loopt aan de ontwikkeling van de boekdrukkunst, maakt van Albrecht Dürer de populairste en invloedrijkste Noord-Europese kunstenaar uit deze periode. Zijn atelier specialiseert zich in druktechnieken. Met name de kopergravure maakt een grote oplage mogelijk.

Das große Rasenstück Albrecht Dürer

De aquarel “De grote graszode” van Albrecht Dürer, uit 1503, toont een stuk hooiland met diverse grassen en kruiden. Het jaartal 1503 is nauwelijks leesbaar verstopt in de donkere partijen in de rechter benedenhoek. In tegenstelling tot de eerste indruk wordt hier geen natuurlijke grasplag getoond. Het standpunt ligt zeer laag. De afbeelding kan daarom niet op het hooiland zijn gemaakt. Mogelijk werden de grassen afzonderlijk bestudeerd en getekend.
Hoewel de studie slechts een natuuruitsnede toont, zijn de afzonderlijke grassen, alsook de paardebloem en de weegbree, als volledige planten afgebeeld, van wortel tot top of bloem.
Onder de afgebeelde planten bevinden zich grote weegbree (Plantago major), ereprijs (Veronica chamedrys), duizendblad (Achillea millefolium), madeliefje (Bellis perennis) en paardebloem (Taraxacum officinale).

Otto Brunfels

Otto Brunfels: Herbarum vivae eicones (1530)
Otto Brunfels, was Karthuizer monnik voordat hij van geloof veranderde door Luther. Vlak voor zijn dood was hij stadsarts van Bern (Zwitserland).  Brunfels' kruidboek toont alleen maar afbeeldingen (eicones) van planten, die gemaakt waren door een leerling van Albrecht Dürer: Hans Weiditz.  Hij tekende naar de natuur en kopieerde geen gedroogde planten. Dit laatste werd bijna altijd gedaan, waardoor sommige planten onherkenbaar werden doordat de tekenaars de planten ondersteboven hielden en de wortels met de stengels verwarden. Vaak werden de bloemen en zaden knollen en knollen werden vruchten. Weiditz deed dit gelukkig niet en tekende alle planten zoals zij waren, met hun fouten en beschadigingen.
Naar Brunfels is het plantengeslacht Brunfelsia (uit de nachtschadefamilie) uit Midden- en Zuid-Amerika genoemd.

Leonard Fuchs

Henk Hut duidt hem aan als: ‘Eigenzinnige ruziezoeker’
Leonard Fuchs
 
Hieronymus Bock

Otto Brunfels


 Fuchsia: naam van veel gekweekte siergewassen met donkerrode, paarse of witte afhangende klokbloemen. Dit geslacht, dat genoemd is naar de Duitse arts en botanicus Leonard Fuchs (1501-’66), telt zeventig tot tachtig soorten, waarvan de meeste afkomstig zijn uit Mexico en Zuid-Amerika. De eerste fuchsia’s kwamen omstreeks 1840 als sierplanten in de handel. De naam fuchsine, de rode kleurstof uit anilinen, is afgeleid van fuchsia vanwege de daarop gelijkende kleur.

Fuchs, geboren in Wemding (Beieren), was een vroegrijpe jongen. Hij was zestien jaar toen hij een graad in de artes-faculteit in Erfurt behaalde, waarna hij in hetzelfde jaar in zijn geboortestad een eigen school opende. De rustige onderwijzersbaan gaf hem kennelijk weinig bevrediging, want na twee jaar liet hij zich als medisch student aan de universiteit van Ingolstadt inschrijven. In 1524 behaalde hij daar de doctorsgraad; door het lezen van Luthers werken was hij inmiddels vurig protestant geworden. Een hoogleraarsbenoeming in Ingolstadt volgde negen jaar later en in 1535 vertrok hij als hoogleraar in de geneeskunde naar Tübingen.

Fuchs is vooral bekend geworden door zijn in 1542 in Bazel verschenen kruidenboek De historia stirpium commentarii insignes, een kritische studie van antieke medische geschriften (o.a. over Dioscorides, een Griekse botanicus uit de eerste eeuw na Christus), die hij combineerde met eigen waarnemingen. In het volgend jaar verscheen van dit werk een herziene Duitse uitgave, het Neu Kreterbuch, druktechnisch een meesterwerk. In hetzelfde jaar verscheen een Nederlandse bewerking: Den Nieuwen Herbarius.

Met Otto Brunsfels (1489-1534) en Hieronymus Bock (1498-1554) rekent men ook Fuchs tot de ‘vaders van de botanie’. Als plantkundigen maakten zij, gebruik makend van de Latijnse of Griekse namen, een alfabetische indeling van de planten. Pas twee eeuwen later schiep de Zweedse botanicus Linnaeus (1707-’78) met zijn binaire nomenclatuur een zekere orde in deze naamgeving: elk levend wezen kreeg een Griekse of Latijnse geslachtsnaam, gevolgd door de naam van de soort. In zijn in 1753 verschenen Species plantarum gaf Linnaeus dit systeem gestalte.

Vóór Linnaeus was de botanicus Charles Plumier (1646-1704), een bedelmonnik uit Zuid-Frankrijk, al bezig geweest om nieuwe planten volgens de toen bekende plantengeslachten in kaart te brengen. Soms gelukte dit echter niet en voegde hij een nieuw geslacht toe. Zo noemde Plumier een tijdens een van zijn vele reizen in Zuid-Amerika gevonden siergewas met scharlaken rode klokbloemen Fuchsia, als hommage aan zijn illustere zestiende-eeuwse collega Fuchs. Deze Fuchsia triphylla flore coccinea beschreef en tekende hij in zijn boek Nova Plantarum Americanum Genera. In 1753 werd door Linnaeus de naam Fuchsia triphylla in zijn Species Plantarum vastgelegd (Grauls).
Historia stirpium is gedigitaliserend en voor de liefhebbers hier te vinden.

Caesalpinus

Ontwerper van de eerste botanische tuinen in Europa.
Andrea Cesalpino, gelatiniseerd als Andreas Caesalpinus, (Arezzo, 6 juni 1519 – Rome, 23 februari 1603) was een Italiaanse arts, filosoof en botanicus. Hij was een van de eerste botanici die een herbarium aanlegden. Een herbarium is een verzameling gedroogde planten, op papier vastgehecht, vaak met populaire en botanische naam, de vindplaats, datum en de naam van de vinder en degene die de determinatie gedaan heeft.
Hij beschreef in een boek met 621 bladzijden 1500 planten. Hij was de eerste die meeldraden (flocci) vaststelde.

Carolus Clusius

Carolus Clusius, eigenlijk Charles de l'Écluse (Arras, 18 februari 1526 - Leiden, 4 april 1609) was een franstalige Vlaamse geleerde, arts en botanicus. Hij speelde een grote rol bij de verspreiding van de aardappel en tulp in Europa.

John Ray 

John Ray 29 november 1627 - 17 januari 1705 was een Brits botanicus.

Ray was de zoon van de dorpssmid. Hij ging studeren in Cambridge aan het St Catharine' s College en doceerde Grieks en wiskunde. Hij publiceerde belangrijke werken over planten, dieren en natuurlijke theologie. Zijn classificatie van planten in zijn boek Historia Plantarum (1686) was een belangrijke stap in de richting van moderne taxonomie en geïnspireerd op de boom van Porphyrius.
(bron: Leibniz / druk 1  Door G.M. Ross)


Ray verwierp het dichotome classificatie systeem en baseerde zijn classificatie op gelijkenissen en verschillen die hij empirisch waarnam. Op die manier was hij een voorvechter van wetenschappelijk empirisme tegen het deductieve rationalisme van de scholastici. Hij wordt wel de vader der Engelse natuurlijke historie genoemd.

Hij kon beschikken over goede schilders en tekenaars.
Hij gebruikte korte (binaire) namen: achternaam + bijvoeglijk naamwoord John Ray vond uit dat meeldraden mannelijk zijn. Ray was uiteindelijk onvolledig. “Kruiden er zijn teveel om te ordenen”

Carl Linnaeus

Hij heeft alles verzameld en geordend zodat niemand er omheen kon. Het is nog steeds het huidige systeem. Wordt aangegeven in gidsen en boeken met “L.”
Linnaeusklokje


Het was gebruikelijk om ook een beschreven plant je eigen naam te geven.
Linnaeusklokje komt voor in naaldbossen. Zeer zeldzaam in Drenthe en Waddendistrict.
Ook genoemd naar hem: “de Linnaeushof”, bijzondere speeltuin te Bennebroek. (AR)

“Op 23 mei 1707 werd in het Zweedse Råshult de domineeszoon Karl von Linné (Carolus Linnaeus) geboren. Karl trad niet in vaders voetsporen, maar ging medicijnen studeren, eerst in Lund, later in Uppsala. In die tijd was botanie nog integraal onderdeel van de studie geneeskunde. Daarom trok Linnaeus op een van zijn studiereizen naar Lapland om de flora daar te beschrijven. Een bekend schilderij toont Linnaeus in Laplands kostuum, compleet met tovertrommel, Linnaeusklokje en een stapel boeken van zijn hand onder de elleboog. Dat onderzoek vormde mede de grondslag voor Linnaeus’ later beroemd geworden plantensystematiek.

Tweeledige naamgeving
Met het onderbrengen van planten in classificatiesystemen waren wetenschappers allang bezig. Alleen hield bijna iedereen zich aan z’n eigen systeem en benamingen, zodat een grote spraakverwarring eenduidige plantenreferenties in de weg stond. Een belangrijke stap vooruit in deze had de Engelsman John Ray gezet door het begrip ‘soort’ te definiëren als planten of dieren die zich onderling konden voortplanten. Het sekse-systeem van Linnaeus ging een stapje verder en was gebaseerd op de voortplantingsorganen van planten, zoals stampers en meeldraden. Daarbij introduceerde hij de binominale naamgeving waarbij iedere plant een tweeledige naam kreeg: geslacht plus soort. Dit bleek zo’n deugdelijk ordeningsprincipe te zijn, dat het gangbaar werd om planten (en ook dieren) te klasseren en te benoemen.
Tegenwoordig zijn er door de resultaten van DNA-onderzoek geregeld kleine aanpassingen in de groepen waar planten toe behoren. Bijvoorbeeld de peer en cannabis behoren nu tot dezelfde familie als de roos en de brandnetel, maar in essentie voldoet het systeem van Linnaeus nog.”
(bron: KB “koninklijke nationale bibliotheek”)

De Toekomst:

Er gaat veel veranderen, zo zal er gerubriceerd worden op basis van genetische (DNA) eigenschappen en niet meer op uiterlijke kenmerken.
Over 25/30 jaar moeten zeker de boeken overhoop.
Henk Hut: “Einde lang en saai verhaal geschiedenis plantensystematiek”
Henk vertelt dat er in 2004 een grote discussie was over toepassing nieuwe kennis (DNA) en hij verwacht dat dit gevolgen gaat krijgen.
bekijk eventueel volgend filmpje van Reuter over de “Brunfelsia uniflora”, over de toepassing van DNA codes om planten te determineren in de praktijk:






Er zijn 310.900 soorten wereldwijd (bekend)
47.800 komen voor in Nederland
Mensen zoeken naar ordening:

  • Biotoop
  • Silhouetten
  • Kleur v/d Bloemen
  • Bloeitijd

Hiermee worden we aan het werk gezet: In een boek te kijken op welke wijze er gerubriceerd is, ordening is toegepast.
Het antwoorde op de vraag “Zou je er weer aan beginnen?”
Helaas nee. Er is nu zoveel ontwikkeling dat de poging tot ordenen het genieten in de weg zou zitten.
Henk Hut eindig met veel wijsheid en nodige adviezen.

Presentatie







(verslag Albert Raven, 17-5-’12)


Geen opmerkingen:

Een reactie posten