vrijdag 28 september 2012

10 zoogdieren in een avond

Verslag  donderdagavond 20 september 2012

Het is aan  Theo Tan om na het zomerreces het spits af te bijten, met zijn biologisch moment:

Hij vertelt:
“Ik ben opgegroeid in een stedelijke omgeving, daardoor vatte het idee post dat de wereld voorspelbaar en maakbaar is. Later, doordat ik ouder werd, we kinderen kregen, ben ik gaan inzien dat het niet zo van zelfsprekend is. Sinds we in Uffelte wonen kwam de verwondering”

Voorspelbaar    vs           verwondering
Verklaren           vs           ervaren
Werkelijkheid  / niet symmetrisch /  harmonie

De eerste periode in Uffelte heeft hij, tijdens wandelingen, foto’s gemaakt, deze mogen wij nu bekijken.

Reacties:
  • Verhaal Theo is herkenbaar en zijn boodschap komt over.
  • Tenslotte: Foto’s maken is nu niet meer zo nodig. Het leidt ook af, het steeds kijken of je een mooie foto kunt maken.

Pauline Arends  is de komende twee keer onze docent voor zoogdieren. Ze is boswachter bij SBB. Vroeger was je algemeen boswachter. Nu zijn er specialisaties. Pauline is van de inventarisaties en monitoring.  Ze verzamelt gegevens over mieren, vleermuizen (favorieten), maar ook over planten. Gegevens worden verzameld in zeer brede zin. Deze gegevens zijn nodig voor beheer. Ze adviseert (gevraagd en ongevraagd) collega’s die beheersmaatregelen uitvoeren.  Ze onderhoudt contact met derden als IVN. Ze zorgt voor gedragscode naar uitvoerende collega’s, bv. in verband met houtkap.

Vanavond zoogdieren: 10 soorten? Volgende week zaterdag worden we uitgenodigd door Pauline in haar territorium en zullen we worden ingewijd in de wereld der mieren. Deze is bijzonder boeiend. We gaan naar het winter- vleermuizenverblijf en opzoek naar de marter.

Vleermuizen

De vleermuis is een leuk dier, ook voor activiteiten met kinderen. Zie presentatie van Pauline:

Opdracht: teken de vleugels aan een vleermuisromp.


Resultaat: Allemaal verschillend … geen één goed. Alhoewel wel iets beter dan kleuters..

Vleermuizen zijn handvleugelen: of te wel orde van chiroptera. Ze moeten in de lucht erg bewegelijk en wendbaar zijn. Vleugel analoog arm hand. Duim duidelijk te zien. De voet staat andersom als bij ons. De staart is ook opgenomen in de vleugels.

Het imago vleermuis is hier: eng, vliegt in je haren, Dracula, kerkhof. Maar bij de Chinezen is het anders: “dier van geluk” Vleermuizen zijn levendbarend. Een jong, die gaat eerste tijd mee op jacht en klemt zich vast aan de moeder. Later blijven ze thuis en kruipen ze lekker warm bij elkaar. Vleermuizen worden 12 – 28 jaar oud.

Er zijn op de wereld een paar duizend soorten vleermuizen. In Nederland komen er 20 soorten voor, in Drenthe hebben we er 10. De grootste is de Laatvlieger   (roze vleermuis is netzo groot). De dwergvleermuis is de kleinste, die past in een lucifersdoosje. Er zijn fossiele vleermuizen gevonden van 54 miljoen jaar oud! Kleinste zoogdier op aarde is de Hommelvleermuis.

“Wist je dat de Hommelvleermuis het kleinste zoogdier op Aarde is?
De Hommelvleermuis is een Vleermuis van nog geen 35mm een komt alleen voor in Thailand en Myanmar. Het dier leeft van kleine kevertjes en kleine spinnetjes.
De Hommelvleermuis wedijvert met de Wimperspitsmuis om de titel kleinste zoogdier. Over het algemeen is de Hommelvleermuis net iets kleiner.”

Bron: digidingen.nl 

Afhankelijk van soort eten ze: kikkers, vis, maar  ook vruchten, nectar. Slecht twee soorten drinken BLOED..! De grootoorvleermuis is in staat om een spin op blad te traceren en te vangen. De muggenvangers vangen 500 – 3000 per nacht, over een heel jaar is dat ¾ miljoen!

Bij regen vliegen ze niet. Afgelopen zomer was een slecht vleermuizen jaar. Vleermuissoorten hebben elk hun eigen hoogte, waarop ze vliegen en jagen.

Ze maken gebruik van echolocatie (kijken met oren). In het donker zien ze niks, in de schemering hebben ze nog wel zicht. Er zijn proeven gedaan met vleermuizen in een donkere kamer, waar draden in zijn gespannen. Ze ontwijken de draden, ook blindgemaakte vleermuizen doen dat. Als de oren worden afgeplakt gaat het mis.

Vijanden, bedreiging:
  • Mijten
  • Uilen, die vangen ze in de vlucht
  • Kat
  • Boom- en steenmarter
  • Mens (bomen omzagen, bestrijdingsmiddelen zoals tegen boktor, houtworm

Vleermuizen zijn beschermde dieren: ’s Winters kun je dicht bij ze komen. Maar pas op door je lichaamswarmte kunnen ze wakker worden. Als je er een moet verzorgen moet je altijd een dikke handschoen of een handdoek gebruiken, want ze kunnen gemeen bijten. Water  geven en ’s avonds op een hoog punt neerzetten. Twee  soorten kunnen hondsdolheid overbrengen.

Leuk voor excursie in het donker: Watervleermuis scheert over het water. Met een zaklicht kun je ze zichtbaar maken. Verrassend.

Batdetector:

Ze worden steeds beter. Je kunt nu ook de frequentie aflezen en zo bepalen om welke soort het gaat. Ze kosten ongeveer € 200.  Pauline wil de hare uitlenen. Misschien kan de IVN afdeling er een kopen? Landschapsbeheer heeft er ook een paar. Op Marktplaats zoeken leverde op niks, Ebay o.a.:



Marterachtigen – Mustelidae

Zie de presentatie van Pauline
Nederlandse soorten:
  • otter,
  • das, 
  • boommarter
  • steenmarter, 
  • bunzing, 
  • hermelijn, 
  • wezel.
Exoten:
  • Amerikaanse nerts, 
  • fret
  • Europese nerts
  • veelvraat
Marterachtigen zijn carnivoren en  hebben allemaal een stinkklier. En het stinkdier? Wikipedia: “Voorheen werden ook de stinkdieren tot deze familie gerekend, maar die worden door veel wetenschappers in een eigen familie geplaatst, de Mephitidae.”

Das 

Das komt van  'thachsa'  =  bouwen

Dassen wonen onder de grond, niet in zomaar een hol; ze wonen in 'burchten', riante onderaardse kastelen, die soms duizenden jaren in gebruik zijn. Van generatie op generatie, het zijn sociale dieren en familietrouw. De bouwkunst van de das is onze voorvaders ook al opgevallen. De naam ‘das’ stamt vermoedelijk van het Indo Germaanse woord ‘thachsa’, dat bouwen betekent. Het zijn schuwe dieren, veel mensen hebben ze niet live gezien. Wel dood als verkeersslachtoffer.

De vacht van de das is stug, hij leeft veel onder de grond, maar kan gemakkelijk het zand afschudden. Dassenhaar is gemakkelijk te herkennen: wit-zwart-en het puntje weer wit:




Dassenhaar wordt gebruikt voor scheerkwasten.

Dassenschedel:
Hoe ouder de das, hoe hoger de kam op de schedel. Dit komt door de spieren van de kaak. Hij heeft een enorm sterke kaak. Boven en onderkaak zijn met een scharnier met elkaar verbonden.(zie biologisch moment verslag 21 juni)

Omnivoor:
Een das kan niet hard rennen, dus geen ree of haas op het menu, maar kleine hapjes: veel regenworm, en nu genieten ze van maiskorrels. Menu varieert per seizoen.

Verschil burcht v/d das en hol van de vos: Bij de vos stinkt het, bij de das niet die houdt schoon.
Vos ruimt zijn ontlasting niet op bij het hol, das doet het netjes in een kuiltje.

Voortplanting:

(Bron: Wikipedia:)
De paartijd duurt van februari tot mei, maar ook buiten de paartijd vinden paringen plaats, voornamelijk van juli tot september. In de paartijd kunnen ook mannetjes uit naburige groepen paren met vruchtbare vrouwtjes. De eigenlijke draagtijd duurt slechts zeven weken, maar wordt verlengd met drie tot tien maanden.

In januari en februari worden de meeste jongen geboren. Per worp krijgt een dassenvrouwtje één tot vijf jongen. De jongen zijn blind en roze, met een dunne grijze vacht. Na vijf weken gaan de ogen open en na vier tot zes weken breekt het melkgebit door. Als de dassen twaalf weken oud zijn, hebben ze hun volwassen gebit. Na acht weken  (mei) verlaten de jongen voor het eerst de burcht. De zoogtijd duurt minstens twaalf weken. Bij voedselgebrek kan de zoogtijd nog tot zes maanden duren. Nadat de jongen worden gespeend, leven ze de eerste paar dagen van halfverteerd voedsel, dat door de moeder wordt uitgebraakt.

Mannetjes zijn na negen tot achttien maanden geslachtsrijp, vrouwtjes na twaalf tot vierentwintig maanden. Meestal blijven dieren hun hele leven bij dezelfde burcht, maar het komt geregeld voor dat dieren op een gegeven moment de burcht verlaten om zich aan te sluiten bij een andere burcht. Het zijn vaker mannetjes dan vrouwtjes die de burcht verlaten. De dieren sluiten zich soms aan bij naburige groepen, maar ze kunnen zich ook enkele kilometers verderop vestigen.

Het jaar 1960 was dieptepunt voor het dassenbestand. Nu wel beter maar niet geweldig. Door onhandig verkeersgedrag vallen er veel slachtoffers in het verkeer.

In Drenthe was er in Norg één burcht bekend. Door met name stichting Das en Boom  kwam er bescherming.

Toename in Drenthe:
  • 2000   40 burchten
  • 2006   65 burchten
  • 2012   180 burchten met zo’n 700 dassen
Overige marterachtigen

Wasbeerhond

De wasbeerhond ook wel “marterhond” (germanisme) is een exoot. Komt oorspronkelijk uit Thailand, werd in Rusland gefokt voor de vacht, ontsnapte exemplaren kwamen via Polen en Duitsland nu ook naar Nederland. Heet is een vleeseter en opportunist.

Boommarter / Steenmarter

In het veld  moeilijk te onderscheiden: Vandaar  'marter'. De ondervacht van de boommarter is geel, van de  steenmarter wit. Zie de presentatie van Pauline

Bunzing

Bunzing 28-45 cm / 300-1800 gram / staart 10-18 cm

Hermelijn

Hermelijn 24-29 cm / 150-445 gram/ staart 9-12 cm / puntje van de staart is zwart

Wezel

Wezel  15-24 cm /gewicht 60 -? gram /staartpunt niet zwart. Iets meer over de wezel (Wikipedia):
De wezel (Mustela nivalis) is een De wezel is een lang dier met een klein lichaam. Een volwassen dier is circa 4 tot 5 centimeter dik en 20 centimeter lang. De staart is ongeveer 6 centimeter. Vrouwtjes zijn een stuk kleiner dan mannetjes. Mannetjes worden 16,6 tot 31,4 centimeter lang, met een staartlengte van 6 tot 12,5 centimeter en een gewicht van 54 tot 73 gram, vrouwtjes hebben een kop-romplengte van 14,8 tot 18,1 centimeter, een staartlengte van 3 tot 8,8 centimeter, en een gewicht van 30 tot 35 gram. Bovendien zijn in het zuiden van Europa wezels iets groter dan in het noorden, en kan de gemiddelde lengte per regio verschillen.

Wezels hebben een roodachtig tot kastanjebruine rugzijde en een witte buikzijde, waarbij de grens tussen de kleuren onregelmatig is. In het hoge noorden worden wezels in de winter (gedeeltelijk) wit, maar in Nederland en België worden ze niet zuiver wit. De witte vacht dient als camouflage. Wezels hebben een witte vlek op de keel en hebben een bruinrode staart. De staart heeft geen zwarte punt, zoals bij de grotere hermelijn, die verder veel op de wezel lijkt. roofdier uit de familie der marterachtigen (Mustelidae). De wezel is het kleinste roofzoogdier ter wereld. Een vrouwtjeswezel weegt slechts 35 gram, lichter dan een veldmuis.

1 opmerking:

  1. De wasbeerhond is geen marterachtige en komt oorspronkelijk niet uit Thailand. De naam 'marterhond' mag dan een germanisme zijn, maar het refereert aan de afstamming van hondachtigen: marterachtigen. De marterhond heeft inderdaad nog 'martertrekjes', zoals een voorwaardelijke winterslaap (in Nederland is dat nauwelijks aan de orde). De naam 'wasbeerhond' refereert alleen aan een oppervlakkige gelijkenis. Het dier heeft niets met een wasbeer te maken, en weinig met een hond. Ik houd ze al zo'n vijftien jaar naar wederzijdse tevredenheid.

    BeantwoordenVerwijderen