vrijdag 8 februari 2013

Invloed van mens op het landschap, boekweit en turkse tortels


Verslag cursusbijeenkomst 7 februari 2013.

Grietje Loof begint de avond met een biologisch moment. Het onderwerp waar ze over spreekt heeft als titel: 'Zinnebeeld van tedere liefde'. De presentatie begint met het geluid van een Turkse Tortel. Daarna toont ze een foto uit 1955 waarbij Grietje als pasgeborene bij haar moeder op de armen ligt. Hiermee wil zij de symboliek van de Turkse Tortel weergeven:


  • Liefde.
  • Trouw koppeltje/ broeden samen de eieren uit.
  • Vredessymbool.
  • De heilige geest die naar de hemel uitwijkt.
  • Loslaten van bruidsduiven als teken van trouw en elkaar toch de vrijheid geven voor een gelukkig leven.

In 1950 zijn de eerste Turkse Tortelduiven gesignaleerd in Nederland en n 1955 had de tortel in heel West-Europa broedparen, het laatste land waar dat gebeurde was Engeland en dat was in 1955.
Het is niet echt bekend hoe het komt dat de Tortelduiven vanuit Zuidoost Europa rond 1950 naar Nederland kwamen maar volgens de aanwezige cursisten zou het wel eens met de landbouw te maken kunnen hebben.

Foto Dick Stolk

Tortels op een nest, foto Dick Stolk


De eieren van de Tortelduif zijn wit en circa 2 cm lang. Een andere bijzonderheid is dat Tortelduiven hun jongen 'melk' voeren. Deze melk wordt aangemaakt in de krop van de duif. Turkse tortels hebben als ze ze volwassen zijn een zwart witte band in de nek. In het begin hebben de jonge Tortelduiven nog geen zwarte streep in de nek. Ze hebben rood/bruine ogen en je ziet ze bijna altijd samen.

Verder laat Grietje nog wat foto’s van tuinvogels zien. We zien o.a. de mus, de koolmees en de merel. Van jonge koolmezen zien we foto’s waar ze tegen een muur opklauteren. Op deze manier leren ze vliegen. Ze kruipen telkens een stukje hoger en doen dat net zo lang totdat ze het vliegen onder de knie hebben.
Vlieglessen, foto Grietje Loof


Mirjam Frieswijk gaat vervolgens verder met les 3 over ecologie en landschap. Dit keer gaan we de invloed van de mens op het landschap bespreken. Mirjam laat veel foto’s zien waarin we kunnen zien hoe de mens een stempel drukt op het landschap. Over alles is wel wat te vertellen maar daar is de avond te kort voor. Één onderwerp wat we tegen komen diepen we wat verder uit en dat is Boekweit op Hoogveen.

De naam boekweit vewijst naar de beuk (boek) en tarwe (weit) vanwege de vorm van het zaad. Het wordt ook wel  jammerkoren genoemd (armenvoedsel). De teelt van boekweit hangt samen met de boekweitbrandcultuur. Dit heeft er mee te maken dat het hoogveen eerst werd afgebrand en het boekweitzaad vervolgens in de as werd gezaaid.

Er werd bij voorkeur op arme grond gezaaid want hoe rijker de grond hoe langer de stengel. Deze lange stengels kwam de opbrengst van het gewas niet ten goede. Ook de term: “oogsten bij maanlicht” vraagt om wat duidelijkheid. Omdat de zaadjes bij boekweit heel los zitten werd het geoogst wanneer de dauw nog op de planten zat. De dauw houdt de zaadjes beter vast zodat er een grotere opbrengst was. Na de oogst werd er weer een laag turf gewonnen en kon het proces weer opnieuw beginnen. Dit ging door totdat je op het zand kwam.

Een ander voordeel van boekweit was dat het eerder bloeide dan de heide. Voor de imkers was dit ideaal. Eerst konden de bijen over de vliegen en daarna weer over de heide. Beide honingsoorten hebben hun eigen smaak.

Na de koffie worden er 3 presentatie gehouden over grondsoorten.

  1. Klei
  2. Zand 
  3. Humus

De verslagen en presentaties zullen naar alle cursisten worden gemaild.


Halbe Hamstra

Geen opmerkingen:

Een reactie posten