donderdag 11 april 2013

Landschapsexcursie door Friesland, kop van Overijssel en Westerveld.

Verslag Natuurgidsencursus 6 april 2013. We boffen, het weer is goed. Om 9.15 stappen we allemaal in een mooie grote bus voor de landschapsexcursie. We zullen door de beekdalen van het Koningsdiep, de Tjonger en de Vledder en Wapserveense Aa komen. De opdracht is om goed naar het landschap te kijken; het uiterlijk van het landschap geeft je veel informatie over de bodem, ontstaansgeschiedenis en het (vroegere) gebruik van de omgeving.



In Appelscha zien we de vaart die is gegraven om het turf af te voeren. Het bos is hier pas na 1900 aangeplant. Voor die tijd was er veel veen, het landschap was 'kaal'. Daar krijgen we een indruk van als we door het Fochtelooërveen rijden. Om het veen in stand te houden moet de grondwaterstand met hulp van  damwanden en sluizen, hoger blijven dan die in de omgeving. Ook zijn er voorzieningen aangelegd voor bezoekers: vogelkijkhut, parkeerplaats en een fietspad.

Het bos dat je in de verte ziet liggen is 'in blokken' aangelegd. Hieraan kun je zien dat het door de mens is aangelegd. We komen nu door een gebied met grote kavels en langen sloten. Hier ligt de nadruk meer op efficiënt bodemgebruik voor landbouw en veeteelt.

We naderen het stroomgebied van de Boven Tjonger. We zien een coulisselandschap, met hulst begroeide bomen en hulststruiken. Dit zijn 'oude' bosjes. De Boven Tjonger zelf is wel gekanaliseerd, maar niet helemaal recht. Het beekdal, dat zichtbaar lager ligt dan de omgeving, is een open landschap.
Het Waskemeer, een grote pingoruïne op de Duurswouderheide, kun je vanuit de bus zien liggen. Voor de libellen en vlinders die hier voorkomen is het nu nog veel te koud. We rijden door naar de Slotplaats bij Bakkeveen. In plaats van de stinze die hier ooit heeft gestaan is er nu een oude boerderij. In de tuin wordt van oudsher veel fruit gekweekt.

Voor de vervening was het landschap hier zo vlak dat je de Martinitoren kon zien. Nu wordt er in het eentonige (na 1900 aangeplante) bos meer variatie gemaakt, door kleine stukjes te kappen en met rust te laten.

We komen langs het Koningsdiep. Dit heeft stromend water en plekken waar de oever stijl is. Het ijsvogeltje komt hier voor. We komen langs de Merskenheide, waar je in een reliëf het podzolprofiel goed kunt zien. Dit is het adoptieterrein van Dick Stolk. Hij gaat hier met een klas kinderen foto’s maken als uitwerking van  zijn educatief werkstuk. De zandruggen lopen hier oost-west in tegenstelling tot de Hondsrug. Dit is op de kaart goed te zien aan de stroomrichting van de riviertjes.

We steken de N381 over en rijden een stukje over de parallelweg voordat we rechts afslaan. Hier is een oude woonplek. Oude woonplekken vind je op hoge delen in het landschap, in de nabijheid van een riviertje. De lage delen in het land waren vroeger te nat voor bewoning en uit het riviertje haalde men (drink)water.
In het Wijnjeterperschar zijn later in het voorjaar veel rietorchissen te zien. Even verderop is een robinia bosje aangeplant voor de houtproductie. We rijden langs de Opsterlandse Compagnonsvaart. Bij Lippenhuizen zie je een watertoren. We gaan linksaf richting Jubbega. De rechte lijnen in het landschap vallen op. Dit heeft nog te maken met de afgraving van het veen. Via de Nijerberkoperweg gaan we richting Delleburen en de Kuinder of Tjonger. Deze is rechtgetrokken en er zijn platanen geplant. Door ruilverkaveling zijn hier grote percelen ontstaan.

Na de stop bij Diaconievenen (hoek Alberdalaan en Egypte) waar we even een blik werpen op de broeihoop voor ringslangen, die Jan Willem Buma. georganiseerd heeft met de groenzoekers van Appelscha, vervolgen we onze rivierdalen tocht.

Ditmaal hebben we het Tjongerdal aan de rechterkant. Het patroon (dalend tot aan de rivier en voornamelijk elzen en wilgen vanwege de natte grond) herhaalt zich.

We gaan op weg naar de Rottige Meenthe. Pas bij Nijeholtwolde verandert het patroon. De kavels staan hier schuin op de weg en volgen de richting van het afgegraven (laag)veen. Er is hier alleen nog maar veeteelt mogelijk en dan alleen nog dankzij sterke ontwatering van het land (en dus continue inklinking).

We vervolgen de rondweg langs de Meenthe en steken van Scherpenzeel door naar Ossenzijl. Een grote open vlakte waar veel agrarisch industrie is (industrieterrein zegt Mirjam) Een landschap met veel kleine lage dijkjes. Afgewisseld met rietvelden en voornamelijk wilgen en elzen.

In de richting van Paasloo merken we dat het landschap snel verandert. We gaan de hoogte in en de boomsoorten worden talrijker. We rijden over de zandruggen (ijstijd) De poort naar Steenwijk. Stop voor de lunch in Paasloo waar we het kerkje bekijken en het standbeeld van Bloem.
Uit domweg gelukkig in de dapperstraat.
Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.
De lunch was uitgebreid, met heel veel lekkere hapjes. We verlaten Paasloo en rijden richting de Weerribben. Het land wordt weer een stuk lager. De mensen die hier vroeger woonden konden niet worden begraven i.v.m. de hoge grondwaterstand. Dat gebeurde op de hoge zandruggen waar ze met paard en wagen naar toe gereden werden.



In de Weerribben zien we vervenershuisjes, een spinnenkopmolen en een tjasker. Met graafmachines worden hier weer ‘ribben’ gemaakt: stroken land met water ertussen. Tussen de Wieden en De Weerribben komt eenfaunapassage (in het kader van de ecologische hoofdstruktuur).
In Witte Paarden werden vroeger de paarden van de postkoets – tussen Leeuwarden en Zwolle – gewisseld.

Op de terugweg komen we door Kallenkote langs Dierenpark Taman Indonesia. Inmiddels hebben ze daar behalve vogels ook katachtigen en otters. In Wapserveen komen we langs de oude zuivelfabriek met nu een cateringbedrijf waar je ook kunt eten. Wapserveen is een langgerekt dorp met saksische boerderijen.
We stoppen bij grafheuvels aan de Madeweg (denk aan meadow, Engels voor weiland) Hoek Heidemaatsweg te Vledder. We lopen even door het land met vele grafheuvels, voor de liefhebbers hier de internetsite.



Dan volgen we verder het verloop van de Vledder Aa. In het middenstuk worden de stuwen verwijderd om het land te laten vernatten en zo meer natuurlijk verloop van het water te krijgen. Verderop komen we langs het Doldersumseveld met vele akkerkruiden aangelegd. Veel oude karrensporen lopen hier nog (zichtbaar op de kaart van Mirjam). Jan Wermink vindt een levendbarende hagedis die zijn staart mist.

We passeren de Sophiahoeve. Een overblijfsel uit de tijd van de Maatschappij der Weldadigheid. Nu in gebruik als beheerboerderij van Het Drentse Landschap. En dan wordt het landschap weer vergelijkbaar met een eerdere streek. (Bakkeveen) Aangeplante eikenlanen en veel plukjes met zelfde bomen zodat je kunt herkennen dat het is aangeplant. Het gebied waar we tenslotte langs rijden is al eerder in de cursus behandeld het Aekingerzand.

De buschauffeur Piet bedankt ons als toekomstige gidsen voor de informatie. Al weet hij nog niet hoe de .. Aa nu heet.

We hebben in één dagrit vier voormalige gletsjerrivieren, die afdalen van het Drents plateau, gezien. Heel veel informatie en heel veel zitten. Ik ga in gedeelten deze tocht nog eens overdoen en dan IN het landschap rond struinen.

Foto’s: Halbe Hamstra

Verslag: Jan Willem Buma en Nelleke van der Veen

Geen opmerkingen:

Een reactie posten